Afgelopen zaterdag hebben we officieel afscheid genomen.

We worden verwacht bij het Centre Court. We hebben alleen geen idee waar dat is. Het prachtige, midden in het bos gelegen terrein van Papendal is zo groot. En inspirerend. Overal word je eraan herinnerd dat topsporters hier iedere dag keihard aan het werk zijn om bijvoorbeeld op de Olympische Spelen te vlammen. De afdeling Vitesse kennen we inmiddels goed genoeg om te weten dat we daar niet met ouders in een zaal kunnen borrelen en dat er ook geen footgolf gespeeld kan worden. Na even zoeken hebben we het gevonden. Het is bij het hotel, dat ligt helemaal achteraan.

De maatregelen worden hier serieus genomen. We mogen met maximaal dertig mensen in een groep zijn en dat betekent dat de ouders worden gescheiden van hun kinderen.

De jongens spelen nog een potje footgolf en de ouders  borrelen op een terras. Binnen staan, buiten zitten. Of was het andersom? Niet met stoelen schuiven. Maar na een half uur weet niemand meer hoe het nu precies zit. En vinden we het vooral heel fijn om na zo’ n lange tijd bij te kletsen.

Ik heb veel bewondering gekregen voor al deze ouders. Wij zitten hier nu voor de eerste keer om een jaar bij een profclub af te sluiten. Maar deze ouders zitten hier al voor de vijfde of misschien wel zesde keer. Ik kan me er, terwijl ik er zelf een jaar middenin heb gezeten en er pas net uit ben, over verbazen hoeveel energie en veerkracht die ouders en kinderen hebben. Sommige kinderen voetballen vanaf hun zevende (!) bij Vitesse. Hoeveel ritjes naar Papendal hebben deze ouders er op zitten? Hoeveel gesprekken over hoe je het dit weekend allemaal weer gaat regelen? Hoeveel discussies over het belang van voetbal ten opzichte van de rest van het gezin?

Maar ik merk ook op dat iedereen hier vrijwillig zit. Dit zijn jongens die niets liever willen dan voetballen en er zijn ouders die dat steunen.

Nu wij het een jaar meegemaakt hebben kan ik die vraag: ‘waar doe je het voor?’ nog steeds niet goed uitleggen. Want van al die jongens die dit nu dus al voor het zesde of zevende jaar doen zijn er uiteindelijk maar een paar die prof worden.

Je doet het om op het hoogste niveau te voetballen.
Je doet het om alles uit je kind te halen.
Je doet het omdat er ook op deze leeftijd al veel bonussen zijn: toernooien, reisjes, hotelovernachtingen.
Je doet het omdat je er plezier in hebt.
Je doet het omdat je het aankan.
Je doet het omdat je niets liever doet dan voetballen.

Het kijkje in de keuken van een BVO heeft ons geleerd dat er veel ingrediënten nodig zijn voor het maken van een geslaagd recept. Soms ontbreekt er iets. Soms kan het ontbrekende ingrediënt gecompenseerd worden door iets anders. En soms wordt besloten het hele recept aan de kant te schuiven.

Na een bordje spaghetti en een raketje worden ouders en kinderen herenigd en krijgen de jongens nog een paar mooie woorden van trainer Frank mee. We waarderen het dat er moeite is genomen door een paar ouders en de elftalleider om op deze manier het jaar af te sluiten. Het voelt als een geheel nu. Geen losse eindjes meer. Ik vind het echt prima zo. Niels ook. We lopen met zijn drieën tevreden, trots en blij het hotel weer uit.

Alleen Peter zegt een dag later: en toch vind ik het jammer.

Wordpress Social Share Plugin powered by Ultimatelysocial