_

#49 Fiets je mee?

Sil fietst voor mij uit. Af en toe kijkt hij achterom waar ik blijf. Of hij wacht even op de stoep tot ik weer bijgefietst ben. Als ik hem wat vraag kijkt hij me wazig aan of ik krijg een heel kort antwoord. Met zijn hoofd in de wolken, in gedachten verzonken, trapt hij stug door.

Als ik niet kan omdat ik een afspraak heb, vraagt hij Lotte mee. Ook zij geniet van de momentjes met hem alleen.

Af en toe vraag ik hem of hij het ook alleen zou kunnen.
‘Ik vind het gezelliger als jij meefietst.’

Wetend dat er een periode komt dat kinderen dat niet meer gezellig vinden, blijf ik ook stug doortrappen. Ik ben er van overtuigd dat hij het prima alleen zou kunnen. Hij is een goede fietser, we fietsen dit zelfde stuk nu al jaren en het is geen gevaarlijke weg. Maar als we dit niet meer samen doen, is er echt een fase voorbij.

Zo ging het de afgelopen vier jaar.

Totdat we begin dit jaar ontdekten dat er een meisje uit zijn team vlak bij ons woont.

Nu fietst hij samen met haar.
Ik weet niet of hij met haar wel kletst.
Ze kan in ieder geval harder fietsen en dat bevalt hem goed.
Het is een natuurlijke overgang geworden.
Ik mis het fietsen op dat onhandige tijdstip niet.
Maar als Lize er op een middag niet is grijp ik mijn kans.

‘Zal ik dan weer een keer meefietsen?’
Hij kijkt mij ondeugend aan.
‘Wil je dat echt? Dan moet je wel op je racefiets.’

Terwijl ik mijn best doe om hem bij te houden doet hij zijn best niet al te hard voor mij uit te fietsen.